Verslag van onze vakantie naar Toscane Italië van 11 juni – 26 juni 2004

Voorwoord.

Waarom naar Italië, specifiek Toscana dat is de vraag die we ons vooraf maar ook achteraf hebben gesteld. Wij als echte vacantie-Fransozen, willen wel eens weten of dat Toscana, met zijn beroemde cultuur en historische steden, bouwwerken en musea wel echt zo mooi is als wordt beweerd.

Reisverslag.

Luzern, 11 juni

Omdat we ’s avonds tevoren al brood klaar gemaakt hebben, kunnen we een half uurtje langer blijven liggen en staan pas om half zeven op, we maken een kan koffie en vertrekken om ongeveer zeven uur op weg naar Italië. De eerste fase van de reis gaat naar Luzern in Zwitserland. We hebben daar via het internet een kamer in de jeugdherberg gereserveerd. De reis verloopt voorspoedig het weer begint redelijk goed maar voorbij Keulen wordt het slechter met soms regen. Net voorbij Bazel komen we in een file omdat daar twee keer twee banen samen moeten voegen tot één keer twee banen. Om ongeveer vijf uur zijn we in Luzern en dankzij het met routeplanner afgedrukte kaartje vinden we de jeugdherberg heel gemakkelijk. De kamer is netjes en we nemen snel een douche we hebben afgesproken in de jeugdherberg ook te eten. We eten varkensreepjes in champignonsaus met pasta en sla en heerlijke pudding toe. Heerlijk na zo’n lange dag (ruim elf uur in de auto onderweg) Na het eten wil ik graag Emmie de stad laten zien. Ooit heel lang geleden toen ik nog jong en knap was ben ik hier op schoolreisje – zo hete dat toen nog – geweest met meester Douma – nu heet zo’n man een docent. Maar het is een mooie stad maar het regent behoorlijk, Emmie had geen jas meegenomen en we hebben ook geen paraplu. Eindelijk, om kwart over zeven werd het droog en met een stadsplattegrond gewapend gaan we op weg. Vele leuke straatjes mat oude karakteristieke huizen. Door de regenval van de afgelopen dagen is de rivier door de stad een kolkende stroom geworden. Over die rivier twee beroemde houten bruggen die al vele honderden jaren oud zijn. Helaas het begint weer te regenen en zijn we genoodzaakt een paraplu te kopen om een beetje droog thuis te komen. Een beetje droog lukt wel maar onze schoenen sokken en jas zijn behoorlijk nat. We gaan niet laat naar bed.

Fabricche de Vallico, 12 juni

Frans heeft goed geslapen, Emmie niet zo goed, ze hoorde nog allerlei geluiden tot in de kleine uurtjes, maar amper drie uurtjes geslapen. Na een lekker ontbijt om acht uur vertrokken, met afwisselend zon en regen. We gaan vele tunnels door, de Seeligberger tunnel van 9 kilometer en de Gothard tunnel van ruim 17 kilometer. Alles verloopt goed en het weer aan de andere kant van de Alpen is prachtig, zelfs heet te noemen. Op de rondweg rond Milaan rijden we verkeerd en staan plotseling ‘midden’ in Milaan, na wat zoeken en vragen vinden we de rondweg weer en vervolgen de reis richting het zuiden. Het is al vijf uur als we in Fabricche zijn. Maar ons huisje kunnen we niet vinden. We waren te nadrukkelijk op zoek naar een ‘molen’ maar het was een houtzagerij (mill in het engels en door het reisbureau vrij vertaald in molen). We bevinden ons al midden tussen de bergen op een paadje dat amper breder is dan onze auto. Be bellen het reisbureau via ons mobieltje maar de enige reactie is “U moet goed de reisaanwijzigen lezen!” Dan plotseling belt de eigenaar van het huisje op onze telefoon en zegt dat we te ver gereden zijn. Na nog een keertje bellen vinden we dan het huis. Het huisje ligt in een diepe valei waar aan weerszijden de bergen zo’n vijftig meter hoog opreizen, naast het huisje loopt een beek. Het huisje is niet in Fabricche maar zo’n vijf kilometer vanaf de doorgaande weg en zo’n vier kilometer voor Fabricche. Buren hebben we niet alleen de ‘molen’. Het is een mooi en leuk ingericht huisje met mooie oude meubeltjes. We zijn moe en gaan niet laat naar bed. We liggen net een half uurtje in bed als de telefoon gaat, Petra heeft een hele fijne en druk bezochte open dag gehad op de boerderij “De Weide Blik”.

Fabricche di Vallico, 13 juni

Fabricche Als we wakker worden is het nog droog. Frans neemt een lekker bad in de beek, echt warm is het water niet. Omdat het nog vroeg is kruipen Fabricche we na het ontbijt weer in bed en worden pas na half tien weer wakker, het regent! Om ongeveer één uur wordt het droog en besluiten het dorpje Fabricche te gaan bekijken. Het dorpje is tegen de bergen aan gebouwd en alle huizen leunen op elkaar en de straatjes zijn zo smal dat alleen een Fiat 500 er in past. We eten om half zes kip met rijst en een heerlijke saus. Het regent weer dus buiten zitten is er niet bij. De kachel komt zelfs aan. Het wordt knus in ons huisje en met een goed boek wordt het toch nog vrij laat.

Fornaci di Barga, 14 juni

Half negen is het al als we opstaan, Frans probeert in de beek te zwemmen maar die is niet diep genoeg. Dan ontbijt, koffie en op pad naar Fornaci di Barga. De Mount Pellegrino kortste weg daar naar toe is over een smal bruggetje over de rivier “Serchio” Maar aan de overkant staat en spoorwegtunneltje dat precies 1 meter 80 breed is, we houden aan elke kant precies drie centimeter over naast de buitenspiegels. Pellegrino In Fornaci kopen we brood en groente, halen geld ‘uit de muur’ bij het postkantoor, drinken een kopje erg sterke espresso met een ‘dolce’ – een gebakje. Daarna gaan we verder naar CastelNuovo dat erg mooi, toeristisch en bezienswaardig zou zijn. Nou het was een leuk dorpje maar niet echt heel bijzonder. Ook hier net als in Frankrijk zijn alle winkels tussen één uur en drie uur gesloten en is het erg rustig in het dorpje. We gaan verder naar Gallicano waar een grote supermarkt is. We kopen hier wijn, kip, aardappeltjes en gaan verder. De “Groto di Vento” dat lijkt ons wel wat. Na vele haarspeldbochten door een prachtige natuur komen we aan op een groot parkeerterrein dat niet bij de “Groto” hoort maar waarvoor fors betaald moet worden. We lopen even naar het loket van de “Groto” en de mevrouw zegt dat we gewoon bij de “Groto” op het terrein kunnen parkeren. Oh dus gewoon een handige vent die daar een parkeerterrein exploiteert. De entree voor de “Groto” is ook niet mals € 8,- p.p. voor de eerste etage van de grot, € 12,50 voor de 1’en 2’en € 15,- voor de 1’t/m 3’etage van de grot. Nou we hebben in Frankrijk al zo vaak een grot bekeken dus "dag hoor". We nemen een mooie route over de bergen naar San Pellegrino, een dorpje met een kerk en drie huizen. Een fijne dag gehad.

Lucca, 15 juni

Lucca Vandaag gaat de reis naar Lucca, de eerste grote stad in de buurt van ons huisje. Het is nog geen tien uur als we vertrekken, onderweg even tanken en om elf uur zijn we in Lucca. Een keertje misrijden op weg naar de VVV – Touriste Info Office hoort er gewoon bij. Ze leggen uit waar we lekker lang gratis kunnen parkeren en krijgen een stadskaart. Op weg naar het parkeer terrein rijden we één straat te ver en bevinden ons op de snelweg S12 naar buiten. Gelukkig kunnen we nog net aan afslag pakken en vinden de parkeerplaats gemakkelijk. De hele dag wandelen we in Lucca, het is een mooie stad die – zo weten we later, veel minder druk is dan Pisa of Florence en minstens zo mooi.
De stad heeft een groot aantal hele mooie en toegankelijke kerken, een nog volledige stadsmuur waarover je kunt lopen met een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving. Er zijn veel musea en er staat een toren met daarboven op een boom. Barga Het aantal kleine en leuke winkeltjes is enorm maar tot drie uur ’s middags is de stad leeg want de winkeltjes zIjn nog dicht. Het weer is warm, de voeten moe als we aan het eind van de middag terug gaan naar ons huisje. Lucca is een stad om zeker nog eens te bezoeken (het komt er echter niet van).

Fabricche de Vallico, 16 juni

Vandaag, woensdag, een echte zon-dag, het is heel mooi weer, we doen niks, zonnen, eten, drinken en lezen wat. ’s Middags doen we boodschappen, vragen bij de VVV in Chivezzano hoe ja naar Pisa en Florence kunt reizen met de trein. We kopen alvast kaartjes voor de reis naar Pisa. We gaan naar Barga, het oude dorpje ligt een beetje op een helling en heeft een mooi uitzicht over de omgeving. We bekijken enkele oude kerkjes en kopen een werkelijk heerlijk ijsje. Via Gallicano rijden we terug naar huis en ontkurken een wijntje.

Pisa, 17 juni

Heel vroeg staan we op, met de trein van 8.49 vertrekken we Pisa vanaf Chivezzano naar Pisa via Lucca. De reis verloopt vlot en om tien uur adviseert de conducteur ons één halte eerder uit te stappen als we naar de scheve toren willen. De toren is vanaf het stationinderdaad maar vijf minuten lopen. En, inderdaad, de toren staat scheef, het is Toren van Pisa dus geen verhaaltje, het is geen sprookje, geen verzinsel, het is waar. De kerk, kathedraal ernaast is ook prachtig, we bekijken deze van binnen en van buiten. Op een terrasje nemen we een lekkere cappuccino en een cafè lungo (espresso met heet water). Pisa is een mooie stad, maar veel van al dat moois wordt verstoord door al die marktkraampjes – die er alle dagen staan – en de eindeloze massa toeristen – die er alle dagen komen. We hebben vermoeide benen en nemen de trein van 14:12 uur terug naar Lucca, daar nemen we een lekker ijsje op een terras en vervolgen de reis naar Chivezzano om 15:42. Moe maar voldaan eten we lekker, lezen in ons boek en gaan vroeg slapen.

Mont Matanna, 18 juni

Mount Matanna Zonder af te wassen na het ontbijt stappen we in de auto en gaan op weg naar Mont Matanna. Een goede weg maar met vele haarspeldbochten leidt ons naar Alt Matanna waar we kunnen parkeren. Dan te voer verder, de berg op. Het is op sommige stukken best moeilijk, het pad is erg smal, soms heel stijl en vaak met kleine steentjes waarover je kunt uitglijden. Na ruim 20 minuten zijn we op ‘top’ niet de echte top “Mont Matanna” Mount Matanna want dat vindt Emmie toch wel wat te gevaarlijk. Het uitzicht is prachtig en het is maar goed dat we vroeg gegaan zijn, want al snel wordt duidelijk dat op deze hoogte bij warm weer de bergtoppen snel in nevelen gehuld worden en het zicht snel minder wordt. Bij heel erg helder weer kun je hier de zee zien – is ons verteld – die zo’n dertig kilometer verderop is. Een groep Engelse ouderen (van onze leeftijd ongeveer) heft ook de moed gehad om de klim te wagen en het is plotseling druk op de top. We gaan terug naar Alt Matanna en bestellen een kopje koffie volgens ons – inmiddels – vaste recept. Dezelfde mooie route keren we terug naar ons huisje en maken er verder een zon-dag van. Als plotseling een heel jong vogeltje uit het nest gevallen is proberen we te achterhalen waar het nest is maar we zien het niet. Een ladder is er niet en stoelen op elkaar stapelen is te gevaarlijk. Opeens ziet Emmie een vogel in een gat in de muur vliegen en we nemen aan dat daar ook het nest zit. Met behulp van een bankje op z’n kant gezet proberen we bij het nest te komen maar helaas, door de hitte en uitputting is het jonge vogeltje al dood. We doen nog wat boodschappen in Fornaci di Barga en nemen een ijsje. Thuis geven we de planten flink water want het is al een paar dagen achter behoorlijk warm en heeft het niet geregend. We eten Italiaans macaroni.

Mont Rondiania, 19 juni

Vanaf Chivezzano loopt er een weg over de bergen tussen Mont Rondinaia en Alpe Tre Polenze een weg naar Abetone. Het lijkt leuk om zo’n Alpenritje te maken. We gaan eerst nog even naar de VVV om te vragen of we de top van de berg ook te voet kunt bereiken (de wandeling naar Mond Madonna heeft ons veel plezier Mont Rondinaia gegeven). Hij wist het niet zeker en gaf ons een boekje mee met wandelroutes. Ook bij Mont Rondinaia. Via Tereglio gaan we in de richting van Pracchi. Het aantal haarspeldbochten was niet te tellen maar het uitzicht steeds prachtig. De ene top is 1940 meter hoog, de andere 1964 meter maar toch blijft de berg goed begroeid. Na een korte pauze gaan we verder op weg naar de top. Het asfalt houdt hier op en de weg is bestraat met keien en keitjes. Het lijkt geen probleem, we willen graag het uitzicht vanaf de top genieten en dus gaan we rustig verder. De passeren de wandelroute uit het boekje en een paar motorrijders passeren ons. Na vele bochten komen we op een stuk dat blijkbaar dit voorjaar weggeslagen was door vallende rotsblokken. Snel reden we langs het vangnet boven de weg waarin tientallen grote rotsblokken lagen. De weg wordt er niet beter op maar de top komt in het verschiet. We passeren een bordje met de tekst “slechte weg” en zeggen dat we dat zelf ook al gemerkt hadden. Na nog enkele honderden meter komen we ‘om de hoek’ – reden we tot zover aan de zuidzijde, nu gaan we achter de berg om naar de noordzijde – en dachten nu begint de afdaling. Maar nee, achter de berg gaat het nog steeds omhoog en de gaten in de weg en de keien op de weg worden groter en groter. De ene keer moet je langs een kei heen, dan weer om een kuil heen. Draaien aan het stuur, alsmaar draaien en zoeken naar de meest begaanbare weg. Steeds vaker klapt het chassis van de auto op de rots als hij over een kei gaat of in een kuil komt. Eindelijk de top. Ik vraag Emmie of ze ook zin heeft even te voer de laatste meters te gaan, maar Emmie had er geen zin in en ik eigenlijk ook niet. We willen zo goed mogelijk weer heelhuids naar beneden en dat lijkt nog een lange weg te gaan. De afdaling begint, de weg is nog slechter dan daarnet en soms nat door smeltende sneeuw, soms drassig waardoor de auto minder grip heeft. De keien worden nog groter en de kuilen nog dieper. Letterlijk centimeter voor centimeter gaan we vooruit, tot er een kei ligt die zo groot is dat we er eigenlijk niet overheen en ook niet omheen kunnen. Ik vraag Emmie uit te stappen en te zien hoe ik er het beste langs heen kan komen. Ik moet zelfs eerst een eindje terug omdat een kuil iets verderop zo groot is dat we daar ook niet langs kunnen. We mogen niet in paniek raken houd ik mezelf voor. Weer plakt de auto op een grote kei. Ik ben bang dat een kei een vitaal onderdeel van de auto kan beschadigen waardoor we niet verder kunnen. Met name het carter, dat zo laag onder de auto zit lijkt me een erg kwetsbare prooi voor een rotspunt. Eén scherpe punt of steen en we hadden de auto achter moeten laten. De ruimte tussen bidden en vloeken is maar klein, we doen geen van beide, we zijn hyper geconcentreerd op het rijden over de verschrikkelijke weg. We willen heelhuis thuiskomen. Weer klapt de auto op een steen. Een enkele maal zegt Emmie teruggaan, maar omdat er geen enkele mogelijkheid is om te keren – de weg is amper breder dan de auto – en omdat achteruit rijden helemaal onmogelijk is zijn we weg gedwongen door te gaan, desnoods tot het bittere einde toe, vooruit gaan is onze enige hoop. Soms rijd ik op het uiterste randje van het pad, vlak naast de afgrond omdat dat de enige manier is om om een kei heen te komen of over een kuil. Dan mag geen enkele steen wegglijden want dan is het voorbij. Emmie loopt hele einden achter de auto aan, omdat minder gewicht in de auto toch scheelt in het gevaar van beschadigingen aan de onderkant. Over één kilometer doen we ongeveer een kwartier als het niet meer was. Wat als een rotsblok zo groot is dat we er niet omheen kunnen. Een klein stukje hebben Bagni we al weg moeten kantelen omdat het te zwaar was op te tillen. Deze keien zijn erg zwaar. Na een tijdje hoor je het klappen van het chassis op de rotsen niet meer, je wilt het niet weten wat er mis kan gaan, je wilt alleen maar verder, centimeter na centimeter. Na ruim een uur voorbij de top wordt het iets beter en beginnen nu de zenuwen pas echt te werken wat komt er nog? Gelukkig blijft het steeds een beetje beter gaan en Emmie kan weer in de auto instappen en meerijden. Vooruit gaan we over een nog steeds heel erg slechte weg. Bagni Wat als we een lekke band hadden gekregen, een kapotte remleiding of benzineleiding of gat in carter. Na twee uur heel ingespannen rijden komen we eindelijk weer op een asfaltweg Maar deze zit ook vol kuilen en gaten dus moeten we nog steeds heel erg goed blijven op letten maar zeker is dat we het ergste nu gehad hebben. Na een kwartier bereiken we Abetone. Maar we hebben weinig plezier, het is te zeer inspannend geweest om van het prachtige uitzicht aldaar te genieten. De waan van de dag slaat toe, morgen is het zondag en we moeten nog boodschappen doen. Na een ijsje dat prima smaakte gaan we over de hoofdweg naar Bagni di Lucca en trakteren onszelf op een etentje bij een Ristorante Pizzeria. Zo wat een dag, niet te laat naar bed. Maar zo’n reis zet je niet zomaar even uit je hoofd, de hele nacht tollen nog allerlei rampzalige gedachten door het hoofd en stellen we ’s morgens vast dat we erg slecht geslapen hebben. Waterval

Fabricche de Vallico, 20 juni

Zondag is rustdag of wasdag “that is the question”. Het is beide, we doen eerst de was, schonen de badkamer, drinken koffie met aardbei op beschuit een “zeer plaatselijke” lekkernij, drinken een wijntje, lezen in ons favoriete boek en Frans maakt een lange wandeling naar de waterval achter ons huisje. We eten niet erg laat en gaan niet laat naar bed, nog moe van de vorige nacht.

Viareggio, 21 juni

Een leuk toeristisch ritje naar Viareggio dat lijkt ons wel wat voor vandaag. En, ofschoon het nog maar amper droog is en in het geheel nog geen zon te ontdekken valt gaan we op weg. Deze dag geen enge bergroutes, neen, een route door de heuvels over een ‘hoofdweg’ volgens de kaart (dezelfde kaart die een goede weg aangaf door de bergen van afgelopen zaterdag 19 juni). Op de kaart heeft deze weg een gele kleur en dat is – volgens de legenda – een hoofdweg. Even voorbij Diecimo moeten we rechtsaf. Het is een mooie brede weg, wat je ook verwacht van een hoofdweg. Het verloop is precies zoals de kaart aangeeft. Plotseling gat de weg echter rechtsaf en niet rechtdoor en een kwartiertje later staan we in een mooi dorpje Pescaglia en gaat de weg naar…………Fabricche. We gaan terug richting Diecimo en proberen te ontdekken waar het mis ging, maar na evenveel kilometers als heen, zijn we terug in Diecimo. Misschien toch een afslag te vroeg. Dus twee kilometer verderop rechtsaf. Deze begint ook breed maar al snel wordt het smaller en na een kwartiertje is de weg nauwelijks breder als de auto. Weer tien minuten later zitten we op…… .. de weg van Pescaglia naar Diecimo en mogen we dezelfde kilometers nogmaals afleggen. Nu reist toch het vermoeden dat de kaart een foutje bevat (evenals zaterdag). We besluiten over de S12 naar Lucca te gaan en van daar over de 439 naar Viareggio. Met weinig moeite vinden we in Viareggio de Boulevard ,maar de VVV vinden we niet. We parkeren de auto en te voet proberen we nu de VVV te vinden maar helaas tevergeefs. We gaan met ons rugzakje naar het strand maar dat is overal gereserveerd - voor mensen die er niet zijn – door hotels en restaurants. Deze hebben het natuurlijk op een accoordje gegooid met het gemeentebestuur. Maffia. We gaan op het uiterste randje van het strand zitten lekker dicht bij de waterlijn, maar ook dar worden we weggestuurd. “Gelukkig” is de parkeertijd ook om en lost dat alle problemen in een keer op, we gaan naar de auto en nu zuidwaarts – ergens moet voor de eenvoudige man toch ook wel een stukje strand zijn. We vinden het gemakkelijk, we parkeren de auto voor € 2, - tot 8 uur ’s avonds en gaan naar het strand met onze spulletjes. Bij een uitbater van het strand vragen we nog even wat het nou kost om op zo’n strandstoel te mogen liggen onder een van zijn parasols. Het kost € 20,- per dag en ofschoon het al 4 uur is, is het toch de dagprijs. We zoeken en vinden een mooi plaatsje op het strand waar we tot half zes lekker in de zon liggen. Onderweg naar huis doen we nog wat boodschappen en zijn kwart over acht weer thuis.

Barga, 22 juni

We hebben vorige week een wandelroute gekregen van de VVV. Deze is in de omgeving van Barga Barga en die willen we vandaag gaan lopen. Het lijkt niet al te warm te worden dus een mooie wandeldag. Kwart over elf vertrekken we te voet vanaf het parkeerterrein in Barga – voorzien van brood, fris en fruit – voor een wandeling die – zien we nu pas – ongeveer 4 uur duurt. Nou ja! Omdat het nogal fris is, houden we lange broek aan. Maar Murphy’s law speelt z’n spel en even later schijnt de zon volop De route gaat omhoog en omlaag maar het pad is over het algemeen goed begaanbaar. Dan weer lopen we in de zon en even later door het bos maar meestal met een fantastisch uitzicht over de vallei en de stad Barga. Het is echter wel even slikken als Emmie – met haar nieuwe heup – mij – met mijn gebrekkige conditie – voorbij loopt als we bergop moeten. Zonder problemen ronden we deze route af, werkelijk prachtig. Om vier uur zitten we op een terrasje met een kopje heerlijke cappuccino en een cafè lungo. We gaan naar Chivezzano en kopen daar kaartjes voor de trein naar Florence; morgen dus Florence. Weer een mooie dag voorbij.

Florence, 23 juni

Florence Om 7 uur al opgestaan, ontbeten en met de trein van 8.45 uur via Lucca naar Florence waar we om half twaalf aan komen. Het station “Sante Maria Nuovo” is bijna in het centrum en we hoeven niet ver te lopen om de eerste Florence mooie gebouwen en kerken te kunnen aanschouwen. Veel kerken vragen een stevige entreeprijs – voor ons een onbekend fenomeen. Er zijn eigenlijk veel meer mooie gebouwen dan die waar zoveel mensen omheen staan. Natuurlijk springt de kathedraal er wel uit en is de Ponte Vecchio een uniek schouwspel en is ook het Piazzo del Vecchio prachtig. We hebben – als je maar een paar uur hebt geen tijd om al die musea te gaan bezoeken en dus genieten we des te meer van de oude gebouwen, kerken en bruggen. We krijgen nog een rondleiding door en gedetailleerde uitleg over een kerk die vroeger een overdekte marktplaats was voor graan. Het ijsje in Florence is veel duurder dan in Barga en veel wateriger en minder lekker. Het is half vijf als we het station weer binnenlopen om onze trein naar Lucca te halen. Florence is een mooie stad maar door de grote drukte van toeristen marktkraampjes, standhouders en ‘loslopende’ verkopers wordt al dit moois wel wat verschaduwd.

Fabricche de Vallico, 24 juni

Bad in het beekje Vandaag onze laatste dag in Italië, we maken er een rustig dagje van, we ruimen het huis wat op, maken het wat schoon, pakken onze koffers al in en genieten in de zon van ons boek. Frans neemt nog een bad in de rivier – het laatste. ’s Middags doen we boodschappen en proberen nog een leuk plantje te kopen dat in Toscana welig tiert en heerlijk ruikt als het in bloei staat. Maar helaas het is niet als klein plantje te koop en dus knippen we een paar stekjes van planten in de tuin bij het huisje.
We gaan voor een laatste keer uit eten bij ons favoriete restaurantje in Bagni di Lucca.

's Avonds komt de ‘huisbaas’ om af te rekenen en wij nodigen hem uit om ons te bezoeken mocht hij ooit naar Nederland gaan voor z’n vacantie.

Luzern, 25 juni

We zijn om zes uur opgestaan en we gaan al om kwart voor zeven op weg naar Luzern, waar we weer in de Jeugdherberg willen overnachten. De reis verloopt spoedig, maar net op de tolweg bij Viareggio missen we het grote bord Genua en zitten op de weg naar Livorno richting het zuiden. Pas bij Pisa kunnen we van de weg af en keren om weer richting Viareggio. We zijn net Viareggio voorbij als het verkeer tot stilstand komt. We staan ruim een half uur stil maar vervelen ons niet, we pakken onze boeken uit de tas en ‘benutten’ de tijd met lezen. Een auto met caravan is over de kop geslagen en voor de mensen zit de reis er op, zo te zien waren er gewonden want de ambulance hebben we voorbij zien komen. De reis verloopt verder goed, Emmie slaapt lekker in de auto en haalt zo de tekort gekomen slaap in. Milaan geeft geen problemen, de weg naar de grens is filevrij en ook in Zwitserland geen problemen bij de Gothardtunnel. Het is vier uur als we bij de jeugdherberg parkeren er is nog plaats en dus…
’s Avonds is het nog lekker weer en gaan we - nu zonder regen – Luzern’s mooie oude centrum bekijken. We gaan niet te laat naar bed, het was een lange drukke dag.

Apeldoorn, 26 juni

Om half zeven gaat de wekker, zeven uur ontbijt half acht rijden. Luzern zijn we snel uit, bij de Seeligbergtunnel is een ongeluk gebeurd, de auto staat nog rechtop maar de volgeladen aanhanger ligt op de kop. Zonder veel vertraging kunnen we doorrijden. De reis verloopt spoedig, ofschoon de snelheid van de auto’s op de wegen in Duitsland soms wel erg hoog is. Wij rijden 150 km/uur maar worden ingehaald door een mercedes die ons de indruk geeft dat we stil staan. Veilig en wel komen we om vijf uur aan bij ons eigen huis in Apeldoorn.

Het was een leuke vacantie.

Naschrift.

Was Toscana nou echt zo anders zo mooi? Ja en nee, het is echt mooi in Toscana, zeker als Toscana de eerste keer is dat je in aanraking komt met de – over het algemeen – rijke cultuur en natuur van onze zuidbuurlanden. Maar voor de verwende Frankrijk- of Spanjeganger is het in veel opzichten gelijksoortig aan wat genoemde landen te bieden hebben. Ook in Toscana heb je talrijke kleine dorpjes en stadjes met hun smalle straatjes en de eigen kleine bezienswaardigheden. Ook de beroemde steden in Toscana doen niet onder voor de beroemde steden in Frankrijk of Spanje. De natuur dan? Die is ook niet veel anders dan de Provence, Tarn of Lot. Ook hier wordt het land doorsneden door talrijke beekjes en rivieren waar vissers, zwemmers of bootjevaarders hun ontspanning zoeken, de bossen zijn talrijk en gevarieerd en in de wat minder bergachtige omgeving gelardeerd met groene weiden of gele graanvelden.

Een paar tips.

Wij willen een ieder die zich ‘waagt’ aan een vacantie in Italië toch wel een paar adviezen geven.
Ten eerste, Italië is ver weg (Toscana is 1400 km), dat vraagt om minimaal twee reisdagen heen en twee reisdagen terug en dus een plaats waar je plezierig kunt overnachten en eten. Luzern is zeker zo’n plaats.
Ten tweede, omdat het zoveel reisdagen neemt is een vacantie van b.v. 8 dagen echt te kort, er blijven dan maar 4 dagen over om van het mooie land en z’n natuur en cultuur te genieten.
Ten slotte, het reizen per openbaar vervoer is in Italië uitstekend geregeld en heel goedkoop – zeker naar Nederlandse maatstaven. Het is dus echt handig om per trein naar de bezienswaardige steden te gaan, het verlost je van veel zoeken, parkeerproblemen en de nodige verkeersdrukte.


Terug naar reisoverzicht


Terug naar Gerritsma-site